Boedelinventaris van Rembrandt  |
   
   
 
 
 
 
   
Transcription
Op de Kunst Caemer twee Aardt Clooten. een doosien met mineraelen. een Colommetien. een tinne pottien. een pissent kintie. twee Oostindische backiens. Een dito nap met een sineessien. Een beelt van een keijserin. Een Oostindische poeijer doos. Een beelt vande keijser Augustus. een Indies koppie. een beelt van tiberius. Een Oostindische naeijdoos. Een tronie van Caijus. Een Caligula. twee porceleijne Caguwarisen. een heraclites. twee porceleijne beeltiens. een nero. twee Isere helmetten. een Japanse hellemet. een Carbaetse helmet. een rooms kejser. een moor nae 't leven afgegooten. een socrates. een homerus. een Aristoteles. een bruijne Antique tronie. een fausteijna. een Isere rusting met een hellemet. een keijser galba. een dito Otto. een dito Vetellius. een dito Vesspasianes. een titus Vesspasianes. een dito Domitianus een dito Silius brutus. 47 stucks soo see als Aert was en diengelijcken. 23 soo see als lant gediertae. een hammach met twee calbassen een van koper. agt stucks pleijster werck op 't leven afgegoten groot

Boedelafstand

Nadat Rembrandt op 14 juli 1656 bij de Staten-Generaal een boedelafstand – een soort beschermd faillissement – had aangevraagd, moest hij al zijn bezittingen overdragen aan de commissarissen van de Desolate Boedelkamer. Die zouden alles verkopen om met de opbrengst een regeling te treffen met zijn schuldeisers. Daarom lieten zij op 25 en 26 juli een inventaris opmaken van alles wat Rembrandt in huis had.

Van kamer naar kamer

De klerken van de Desolate Boedelkamer liepen van kamer naar kamer, terwijl ze alles wat ze zagen op een lijst zetten. Ze begonnen in het voorhuis en de zijkamer en eindigden in de gang. De inventaris geeft een indruk van hoe Rembrandt woonde en werkte. Zo had de schilder een ‘kunstkamer’, en een groot én een klein atelier.

Collectie

Overal in het huis hingen, stonden en lagen kunstwerken. Rembrandt had een half jaar eerder zelf al veel laten veilen, dus eigenlijk was dit nog maar een deel van zijn collectie. Er waren schilderijen, prenten en tekeningen van Rembrandt zelf, maar ook van collega’s, die hij gebruikte als studiemateriaal en om te verhandelen. Er stonden beelden en wat boeken. Verder had Rembrandt een verzameling helmen, wapens, kleding en andere accessoires die hij als rekwisieten voor zijn schilderijen gebruikte.

Gereedschap

De inventaris noemt geen schildersezels, penselen of verf. Zulk gereedschap, dat nodig was om een beroep te blijven uitoefenen, kon volgens de wet bij een faillissement niet aan de schuldeisers worden toegekend.

Geschiedenislokaal Amsterdam


Omschrijving

Datering: 1656-07-25