Boedelinventaris van Rembrandt  |
   
   
 
 
 
 
   
Transcription
Op de agterste Richel Een groote quantiteijt hoorens. see gewassen, gietwerck op 't leven afgegooten en veel andere rariteijten. Een beelt sijnde de antiekse liefde. Een hantroertie, een pistool. Een raer gefigureert Iser schilt van quintijn de Smith. Een Ouwe wetse kruijtfles Een turcxe kruijtfles. Een kassie met medalien. Een gebreijt schilt. Twee volcomen naeckte figueren. De doode beeltenis van prins maurits op sijn eijgen natuijrlijck weesen afgegoten. een leeuw en een bul op het leven gebouceert. eenige rottingen Een Cluijtbooch Volgen de Kunst boecken Een boeck vol schetsen van Rembrant Een boeck met hout printen van lucas van leijden. Een dito hout printen van Wael. . . Een dito met kopere printen van Vani en anderen als mede barotius. Een dito met kopere printen van Raefel urbijn. Een verguit ledekantie gemodelt van verhulst Een dito met kopere printen van lucas van leijde soo dubbelt als enckelt. Een dito met teeckeningen vande principaelste meesters vande heele werelt. 't kostelijcke boeck van Andre de montaingie Een groot dito vol teeckeninge en printen van veele meesters. Noch een grooter dito van teeckeninge en printen van verscheijde meesters. Een dito vol curieuse minijateur teeckeninge nevens verscheijde hout en kopere printen van alderhande dragt. Een dito vol printen, van den ouden breugel Een dito met printen van Raefel Urbijn. Een dito seer kostelijcke printen vanden selven. Een dito vol printen van Antonj tempest. Een dito soo koper als hout printen van lucas Craenoogh. Een dito van Hanibal, Augustijn en loduwijck Crats, Guwido de Bolonese, en spanjolette. Een dito met gesneeden en geeste figuren van Antonij tempeest. Een dito groot boeck vanden selven.

Boedelafstand

Nadat Rembrandt op 14 juli 1656 bij de Staten-Generaal een boedelafstand – een soort beschermd faillissement – had aangevraagd, moest hij al zijn bezittingen overdragen aan de commissarissen van de Desolate Boedelkamer. Die zouden alles verkopen om met de opbrengst een regeling te treffen met zijn schuldeisers. Daarom lieten zij op 25 en 26 juli een inventaris opmaken van alles wat Rembrandt in huis had.

Van kamer naar kamer

De klerken van de Desolate Boedelkamer liepen van kamer naar kamer, terwijl ze alles wat ze zagen op een lijst zetten. Ze begonnen in het voorhuis en de zijkamer en eindigden in de gang. De inventaris geeft een indruk van hoe Rembrandt woonde en werkte. Zo had de schilder een ‘kunstkamer’, en een groot én een klein atelier.

Collectie

Overal in het huis hingen, stonden en lagen kunstwerken. Rembrandt had een half jaar eerder zelf al veel laten veilen, dus eigenlijk was dit nog maar een deel van zijn collectie. Er waren schilderijen, prenten en tekeningen van Rembrandt zelf, maar ook van collega’s, die hij gebruikte als studiemateriaal en om te verhandelen. Er stonden beelden en wat boeken. Verder had Rembrandt een verzameling helmen, wapens, kleding en andere accessoires die hij als rekwisieten voor zijn schilderijen gebruikte.

Gereedschap

De inventaris noemt geen schildersezels, penselen of verf. Zulk gereedschap, dat nodig was om een beroep te blijven uitoefenen, kon volgens de wet bij een faillissement niet aan de schuldeisers worden toegekend.

Geschiedenislokaal Amsterdam


Omschrijving

Datering: 1656-07-25