Boedelinventaris van Rembrandt  |
   
   
 
 
 
 
   
Transcription
Een dito boeck ut s[upra]. Een dito met gesneeden kopere printen van goltseus, en Muller bestaende in Contrefijtsels Een dito van Raefel de Urbijn seer schoonen druck. Een dito met teeckeninge van Ad. Brouwer. Een dito seer groot met meest alle de wercken van titiaen. Eenige rariteijten van potties en veneese glaesen. Een Anticq boeck met een pertije Schetsen van Rembrant. Een Anticq boeck. Een groot boeck vol schetsen van Rembrant. Nog een Anticq boeck ledich. Een Cleijn verkeer bordeken. Een seer Antieckse stoel. Een Chinees backie met mineraelen. Een groote wite Coraelberch. Een boeck vol statuen in koper snee. Een dito van heemskerck sijnde ael 't werck vanden selven. Een boek vol contrefijtsels soo van van dijck, rubens en verscheijde Andere Oude meesters. Een dito vol lantschappen van verscheijde meesters. Een dito vol vande wercken van Michiel Angelo bonarotti. twee gebreijde mandekens. een dito met de bouleringe van Raefel Roest, Hanibal Crats en Julio Bonasoni een dito vol lantschappen van verscheijde vermaerde meesters. een dito vol turcxe gebouwen Meïchior lorich Hendrick van Aelst en andere meer, uijtbeeldende het turcxe leven. een Oostindies benneken daer in v[er]scheijde prenten van Rembrant, Hollaert, Cocq en andere meer. een boeck in swart leer gebonden met de beste schetsen van Rembrant. een papiere kas vol printen van Hubse marten, Holbeen, Hans broesmer en Isarel van ments. noch een boeck van all de wercken van Rembrant. een boeck vol teeckeninge van Rembrant gedaen bestaende in mans en vrouwe naeckt sijnde een dito vol teeckeningen van alle Roomsche gebouwen en gesichten, van alle de voornaemsche meesters. een Chineese ben vol gegoten Contrefijtsels. een leech Cunstboeck. een dito als voiren. een dito, vol lantschappen nae ’t leven geteeckent bij Rembrant.

Boedelafstand

Nadat Rembrandt op 14 juli 1656 bij de Staten-Generaal een boedelafstand – een soort beschermd faillissement – had aangevraagd, moest hij al zijn bezittingen overdragen aan de commissarissen van de Desolate Boedelkamer. Die zouden alles verkopen om met de opbrengst een regeling te treffen met zijn schuldeisers. Daarom lieten zij op 25 en 26 juli een inventaris opmaken van alles wat Rembrandt in huis had.

Van kamer naar kamer

De klerken van de Desolate Boedelkamer liepen van kamer naar kamer, terwijl ze alles wat ze zagen op een lijst zetten. Ze begonnen in het voorhuis en de zijkamer en eindigden in de gang. De inventaris geeft een indruk van hoe Rembrandt woonde en werkte. Zo had de schilder een ‘kunstkamer’, en een groot én een klein atelier.

Collectie

Overal in het huis hingen, stonden en lagen kunstwerken. Rembrandt had een half jaar eerder zelf al veel laten veilen, dus eigenlijk was dit nog maar een deel van zijn collectie. Er waren schilderijen, prenten en tekeningen van Rembrandt zelf, maar ook van collega’s, die hij gebruikte als studiemateriaal en om te verhandelen. Er stonden beelden en wat boeken. Verder had Rembrandt een verzameling helmen, wapens, kleding en andere accessoires die hij als rekwisieten voor zijn schilderijen gebruikte.

Gereedschap

De inventaris noemt geen schildersezels, penselen of verf. Zulk gereedschap, dat nodig was om een beroep te blijven uitoefenen, kon volgens de wet bij een faillissement niet aan de schuldeisers worden toegekend.

Geschiedenislokaal Amsterdam


Omschrijving

Datering: 1656-07-25