Boedelinventaris van Rembrandt  |
   
   
 
 
 
 
   
Transcription
In 't tweede vack. 60 stucks soo indiaens hantgeweer, pijlen schichten, asegaijen en bogen. In 't derde Vack. 13 stucks soo bambuijsen als fluijt instrumenten In 't selve Vack. 13 stucks pijlen boogen schilden als anders. In 't vierde Vack een groote pertije handen en tronien, op 't leven afgegooten. met een harp en een turcxe boogh In 't vijfde vack 17 handen en armen op 't leven afgegoten. een pertije harthoornen. 4 cluijt en voet bogen. 5 antieckse hoeden en schilden. 9 kalbassen en flessen. 2 gebouceerde Contrefijtsels, sijnde bartholt been en sijn huijsvrouw. een pleijster gietsel van een griecks anticq. den statue vanden keijser Agriepa. dito vanden keijser Aurelius. een Cristus tronie nae 't leven. Een Saters tronie. met hoorenen. Een Sibilla antique een Antieckse laechon. een groot Segewas. een Vitellius. een Seneca. 3 a 4 Antique vrouwe tronien. noch 4 andere tronien. een metael stuckie geschut. een pertije antieckse lappen van diversche Coleuren. 7 snaer instrumenten. twee schilderijties van Rembrant. In de groote Schilder Caemer. 20 stucks helbaerden, slachswaerden, en indiaense waijers. een indiaans mans een vrouwe Cleet. een Casket van een Reus. 5 Curas harnassen. een houte trompeth. twee mooren in een stuck van Rembrant. een kindeken van Michael Angelo bonalotti. Op de Schilder loos. een leeue en een leeuwinnen huijt met twee bonte rocken. een groot stuck sijnde Danae

Boedelafstand

Nadat Rembrandt op 14 juli 1656 bij de Staten-Generaal een boedelafstand – een soort beschermd faillissement – had aangevraagd, moest hij al zijn bezittingen overdragen aan de commissarissen van de Desolate Boedelkamer. Die zouden alles verkopen om met de opbrengst een regeling te treffen met zijn schuldeisers. Daarom lieten zij op 25 en 26 juli een inventaris opmaken van alles wat Rembrandt in huis had.

Van kamer naar kamer

De klerken van de Desolate Boedelkamer liepen van kamer naar kamer, terwijl ze alles wat ze zagen op een lijst zetten. Ze begonnen in het voorhuis en de zijkamer en eindigden in de gang. De inventaris geeft een indruk van hoe Rembrandt woonde en werkte. Zo had de schilder een ‘kunstkamer’, en een groot én een klein atelier.

Collectie

Overal in het huis hingen, stonden en lagen kunstwerken. Rembrandt had een half jaar eerder zelf al veel laten veilen, dus eigenlijk was dit nog maar een deel van zijn collectie. Er waren schilderijen, prenten en tekeningen van Rembrandt zelf, maar ook van collega’s, die hij gebruikte als studiemateriaal en om te verhandelen. Er stonden beelden en wat boeken. Verder had Rembrandt een verzameling helmen, wapens, kleding en andere accessoires die hij als rekwisieten voor zijn schilderijen gebruikte.

Gereedschap

De inventaris noemt geen schildersezels, penselen of verf. Zulk gereedschap, dat nodig was om een beroep te blijven uitoefenen, kon volgens de wet bij een faillissement niet aan de schuldeisers worden toegekend.

Geschiedenislokaal Amsterdam


Omschrijving

Datering: 1656-07-25