Buitensporige wreedheden

Home / Bronnen / Buitensporige wreedheden    |    Terug
Buitensporige wreedheden
   
   
 
 
 

In Berbice brak in 1763 een grote opstand uit. De tot slaaf gemaakten kwamen in verzet vanwege de onmenselijke behandeling op de plantages. De opstandelingen wilden dat de Nederlanders de kolonie zouden verlaten. Nederlandse planters werden verjaagd en vermoord. De opstand hield Berbice een jaar in zijn greep. Toen kregen de kolonisten versterking uit andere koloniën en raakten de opstandelingen onderling verdeeld, waardoor de opstand gebroken werd.

Buitensporige wreedheden
De opstandelingen werden op gruwelijke wijze gestraft, maar de Nederlandse planters bleven zinnen op wraak. De wraakgevoelens in combinatie met een zwakke rechtelijke macht resulteerde in wetteloosheid en buitensporige wreedheden. Gouverneur van Berbice, Peter Hendrik Koppiers, beschreef dit.

Matigen
Koppiers schreef een resolutie waarin hij stelde dat hij sommige straffen buitensporig wreed vond. Vervolgens kwam hij met straffen die hij nog wel door de beugel vond kunnen. Koppiers pleitte voor een systeem waarin de planter zijn tot slaaf gemaakten niet meer dan “matige kastydinge” (lijfstraffen) mocht geven. Straffen van meer dan vijftig zweepslagen moest een rechter opleggen. Koppiers adviseerde bovendien om een fonds op te richtten. Daaruit konden zowel de onkosten voor een rechtszaak vergoed worden, als de schadeloosstelling van de slaveneigenaar voor het geval de rechter zijn tot slaaf gemaakte ter dood veroordeelde of verminkt teruggaf. Hieruit blijkt dat Koppiers grootste zorg niet het welzijn van de tot slaaf gemaakten was, maar orde in de kolonie.

Maker: Peter hendirk Koppiers
Datering: 1780
Collectie: 231: Archief van de Eigenaren van het Huis Marquette, de Heerlijkheid Assendelft en het Huis Assumburg en Aanverwante Families, en van de Familie Van Limburg Stirum
Nummer: SUR100139000003-SUR100139000010
Link: https://archief.amsterdam/inventarissen/inventaris/231.nl.html#SUR100139000003
  Gerelateerde bronnen
  Onderdeel van thema's
Trefwoorden

Geschiedenislokaal Amsterdam

Buitensporige wreedheden

Tijdvak:


Omschrijving

In Berbice brak in 1763 een grote opstand uit. De tot slaaf gemaakten kwamen in verzet vanwege de onmenselijke behandeling op de plantages. De opstandelingen wilden dat de Nederlanders de kolonie zouden verlaten. Nederlandse planters werden verjaagd en vermoord. De opstand hield Berbice een jaar in zijn greep. Toen kregen de kolonisten versterking uit andere koloniën en raakten de opstandelingen onderling verdeeld, waardoor de opstand gebroken werd.

Buitensporige wreedheden
De opstandelingen werden op gruwelijke wijze gestraft, maar de Nederlandse planters bleven zinnen op wraak. De wraakgevoelens in combinatie met een zwakke rechtelijke macht resulteerde in wetteloosheid en buitensporige wreedheden. Gouverneur van Berbice, Peter Hendrik Koppiers, beschreef dit.

Matigen
Koppiers schreef een resolutie waarin hij stelde dat hij sommige straffen buitensporig wreed vond. Vervolgens kwam hij met straffen die hij nog wel door de beugel vond kunnen. Koppiers pleitte voor een systeem waarin de planter zijn tot slaaf gemaakten niet meer dan “matige kastydinge” (lijfstraffen) mocht geven. Straffen van meer dan vijftig zweepslagen moest een rechter opleggen. Koppiers adviseerde bovendien om een fonds op te richtten. Daaruit konden zowel de onkosten voor een rechtszaak vergoed worden, als de schadeloosstelling van de slaveneigenaar voor het geval de rechter zijn tot slaaf gemaakte ter dood veroordeelde of verminkt teruggaf. Hieruit blijkt dat Koppiers grootste zorg niet het welzijn van de tot slaaf gemaakten was, maar orde in de kolonie.

Maker: Peter hendirk Koppiers
Datering: 1780
Collectie: 231: Archief van de Eigenaren van het Huis Marquette, de Heerlijkheid Assendelft en het Huis Assumburg en Aanverwante Families, en van de Familie Van Limburg Stirum
Nummer: SUR100139000003-SUR100139000010
Link: https://archief.amsterdam/inventarissen/inventaris/231.nl.html#SUR100139000003

Trefwoorden

Misbruik
Plantage