Compensatie voor slaveneigenaren

Home / Bronnen / Compensatie voor slaveneigenaren    |    Terug
Compensatie voor slaveneigenaren
   
   
 
 
 
 
 
Transcriptie
...naar aan- leiding en overeenkomstig de Wet van den achtsten Augustus achttienhonderdtwee en zestig, houdende opheffing der Slavernij in de Kolonie Suriname, in verband met de publi- catie van den Gouverneur der Kolonie, van den vijfden Maart achttienhonderd drie en zestig, te ontvangen het bedrag der schadeloosstelling of tegemoetkoming voor de slaven, tot voor- melde plantaagjen behorenden.

Op 1 juli 1863 schafte Nederland de slavernij in West-Indië af. Dit betekende echter nog niet het definitieve einde van de slavernij. In Suriname werden voormalige tot slaaf gemaakten verplicht om nog tien jaar in loondienst voor hun voormalige plantagehouder te werken. Ook financieel werden de plantagehouders gecompenseerd voor het verlies van slavenarbeid: per vrijgelaten slaaf ontvingen zijn 300 gulden van de staat.

Ook de Bosch Reitz familie, eigenaar van verschillende plantages in Suriname, ontving deze financiële tegemoetkoming. Ten tijde van de afschaffing van de slavernij was Guillaume Jacques Abraham Bosch Reitz het hoofd van de familiezaken in Suriname. In deze bron, opgemaakt door notaris Joannes Simons, wordt hij door zijn ouders gevolmachtigd om de compensatietegoeden in ontvangst te nemen.

Klik linksboven op het icoontje met het brilletje om de letterlijke transcriptie te lezen van dit document.

Op de twee volgende afbeeldingen zie je het hele document, de rode pijl verwijst naar het fragment met de transcriptie.

Maker: Joannes Jacobus Cornelis Biesman Simons
Datering: 1863-05-18
Collectie: 5075-21288; Archief van de Notarissen
Nummer: KLAB02687000238-KLAB02687000239
Link: https://archief.amsterdam/inventarissen/scans/5075/546.1.29/start/230/limit/10/highlight/8
Trefwoorden

Geschiedenislokaal Amsterdam

Compensatie voor slaveneigenaren

Tijdvak: Tijd van burgers en stoommachines (1800-1900)


Omschrijving

Op 1 juli 1863 schafte Nederland de slavernij in West-Indië af. Dit betekende echter nog niet het definitieve einde van de slavernij. In Suriname werden voormalige tot slaaf gemaakten verplicht om nog tien jaar in loondienst voor hun voormalige plantagehouder te werken. Ook financieel werden de plantagehouders gecompenseerd voor het verlies van slavenarbeid: per vrijgelaten slaaf ontvingen zijn 300 gulden van de staat.

Ook de Bosch Reitz familie, eigenaar van verschillende plantages in Suriname, ontving deze financiële tegemoetkoming. Ten tijde van de afschaffing van de slavernij was Guillaume Jacques Abraham Bosch Reitz het hoofd van de familiezaken in Suriname. In deze bron, opgemaakt door notaris Joannes Simons, wordt hij door zijn ouders gevolmachtigd om de compensatietegoeden in ontvangst te nemen.

Klik linksboven op het icoontje met het brilletje om de letterlijke transcriptie te lezen van dit document.

Op de twee volgende afbeeldingen zie je het hele document, de rode pijl verwijst naar het fragment met de transcriptie.

Maker: Joannes Jacobus Cornelis Biesman Simons
Datering: 1863-05-18
Collectie: 5075-21288; Archief van de Notarissen
Nummer: KLAB02687000238-KLAB02687000239
Link: https://archief.amsterdam/inventarissen/scans/5075/546.1.29/start/230/limit/10/highlight/8

Trefwoorden

plantage
slavernij