Dagboek Abbing

Home / Bronnen / Dagboek Abbing    |    Terug
Dagboek Abbing
   
   
 
 
 

De schilder en glazenier Frederik Hendrik Abbing hield tussen 1932 en 1950 een dagboek bij. Daarin schreef hij eerst vooral over zijn werk. In de oorlogsjaren begon hij steeds meer te beschrijven wat er rondom hem gebeurde. Hij wilde verslag doen van die onrustige wereld zodat zijn kinderen en kleinkinderen zouden begrijpen dat het niet vanzelfsprekend was dat zij het goed hadden.

Naar eigen zeggen begon Abbing zijn dagboek te schrijven om zich op latere leeftijd zijn leven beter te kunnen herinneren. In het dagboek werd de voortdurende strijd die Abbing voelde tussen wat hij wilde (een vrije en gewaardeerde schilder zijn) en wat hij moest doen om in zijn levensonderhoud te voorzien (commerciële opdrachten aannemen) een belangrijk thema.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog probeerde Abbing zich aanvankelijk nog geheel op z’n werk te concentreren, maar het lukte hem niet om de oorlog buiten de deur te houden. Naarmate de verschrikkingen van de oorlog toenamen en hem persoonlijk raakten veranderde het karakter van de dagelijkse aantekeningen. Het werk verdween naar de achtergrond. Het ging niet langer om hemzelf en zijn werk maar om verslag te doen van een onrustige wereld zodat ‘mijn kinderen en kindskinderen goed zullen begrijpen dat het niet vanzelf spreekt dat zij het goed hebben’.

Datering: 17 september 1944
Collectie: Archief van F. Abbing
Nummer: A04129000012
Link: https://archief.amsterdam/inventarissen/scans/30180/1.7/start/10/limit/10/highlight/2
  Onderdeel van thema's

Geschiedenislokaal Amsterdam

Dagboek Abbing

Tijdvak: Tweede Wereldoorlog


Omschrijving

De schilder en glazenier Frederik Hendrik Abbing hield tussen 1932 en 1950 een dagboek bij. Daarin schreef hij eerst vooral over zijn werk. In de oorlogsjaren begon hij steeds meer te beschrijven wat er rondom hem gebeurde. Hij wilde verslag doen van die onrustige wereld zodat zijn kinderen en kleinkinderen zouden begrijpen dat het niet vanzelfsprekend was dat zij het goed hadden.

Naar eigen zeggen begon Abbing zijn dagboek te schrijven om zich op latere leeftijd zijn leven beter te kunnen herinneren. In het dagboek werd de voortdurende strijd die Abbing voelde tussen wat hij wilde (een vrije en gewaardeerde schilder zijn) en wat hij moest doen om in zijn levensonderhoud te voorzien (commerciële opdrachten aannemen) een belangrijk thema.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog probeerde Abbing zich aanvankelijk nog geheel op z’n werk te concentreren, maar het lukte hem niet om de oorlog buiten de deur te houden. Naarmate de verschrikkingen van de oorlog toenamen en hem persoonlijk raakten veranderde het karakter van de dagelijkse aantekeningen. Het werk verdween naar de achtergrond. Het ging niet langer om hemzelf en zijn werk maar om verslag te doen van een onrustige wereld zodat ‘mijn kinderen en kindskinderen goed zullen begrijpen dat het niet vanzelf spreekt dat zij het goed hebben’.

Datering: 17 september 1944
Collectie: Archief van F. Abbing
Nummer: A04129000012
Link: https://archief.amsterdam/inventarissen/scans/30180/1.7/start/10/limit/10/highlight/2