De VOC
   
   
 
 
 

In 1602 kreeg de VOC een monopolie op de handel met Oost-Indië, maar er was nog veel geld nodig om daadwerkelijk uit te kunnen varen. Vanaf 1 augustus van dat jaar konden particulieren daarom investeren in de VOC. Dit werd gedaan door maar liefst 1143 personen. Eén van die personen was Theunis Jansz, zoals te lezen is in dit document. Zijn investering is opgeschreven in het aandeelhoudersregister en hiervan kreeg hij dit betalingsbewijs. Omdat de particuliere participatie in de VOC overdraagbaar en verkoopbaar was, beschouwt men dit als de eerste vorm van aandelen.

Het oprichten van een compagnie was voor kooplieden en ondernemers een manier om samen te werken en het risico te spreiden. Bij het ondernemen van reizen naar Oost-Indië, die mogelijk waren geworden nadat Hollanders aan het einde van de 16de eeuw zeeroutes hadden ontdekt, was de kans op winst groot, maar het risico op verlies was dat ook. Bij de VOC kon men daarom één of meer aandelen kopen. Elk jaar werd vervolgens de balans opgemaakt en bekeken hoeveel winst de compagnie had gemaakt. De aandeelhouders kregen vervolgens een deel van de winst naar rato van hun inleg. Door dit systeem konden niet alleen rijke kooplieden, maar ook kleinere spaarders in de VOC deelnemen. Ook een kruidenier en haringkoper zoals Theunis Jansz kon daardoor profiteren van deze nieuwe succesformule.

Datering: 1606-10-06
Collectie: Stadsarchief Amsterdam: 5073: Archief van de Weeskamer en Commissie van Liquidatie der Zaken van de Voormalige Weeskamer
Nummer: SCKD00146000001
Link: https://archief.amsterdam/inventarissen/inventaris/5073.nl.html?p=4400:4680:4693&t=4758#sckd00146000001
  Gerelateerde bronnen
  Onderdeel van thema's

Geschiedenislokaal Amsterdam

De VOC

Tijdvak: De tijd van regenten en vorsten (1600-1700)


Omschrijving

In 1602 kreeg de VOC een monopolie op de handel met Oost-Indië, maar er was nog veel geld nodig om daadwerkelijk uit te kunnen varen. Vanaf 1 augustus van dat jaar konden particulieren daarom investeren in de VOC. Dit werd gedaan door maar liefst 1143 personen. Eén van die personen was Theunis Jansz, zoals te lezen is in dit document. Zijn investering is opgeschreven in het aandeelhoudersregister en hiervan kreeg hij dit betalingsbewijs. Omdat de particuliere participatie in de VOC overdraagbaar en verkoopbaar was, beschouwt men dit als de eerste vorm van aandelen.

Het oprichten van een compagnie was voor kooplieden en ondernemers een manier om samen te werken en het risico te spreiden. Bij het ondernemen van reizen naar Oost-Indië, die mogelijk waren geworden nadat Hollanders aan het einde van de 16de eeuw zeeroutes hadden ontdekt, was de kans op winst groot, maar het risico op verlies was dat ook. Bij de VOC kon men daarom één of meer aandelen kopen. Elk jaar werd vervolgens de balans opgemaakt en bekeken hoeveel winst de compagnie had gemaakt. De aandeelhouders kregen vervolgens een deel van de winst naar rato van hun inleg. Door dit systeem konden niet alleen rijke kooplieden, maar ook kleinere spaarders in de VOC deelnemen. Ook een kruidenier en haringkoper zoals Theunis Jansz kon daardoor profiteren van deze nieuwe succesformule.

Datering: 1606-10-06
Collectie: Stadsarchief Amsterdam: 5073: Archief van de Weeskamer en Commissie van Liquidatie der Zaken van de Voormalige Weeskamer
Nummer: SCKD00146000001
Link: https://archief.amsterdam/inventarissen/inventaris/5073.nl.html?p=4400:4680:4693&t=4758#sckd00146000001