Invoering Cultuurstelsel

Home / Bronnen / Invoering Cultuurstelsel    |    Terug

Na de kostbare Java-oorlog (1825-1830), wilde Nederland op een nieuwe manier geld verdienen aan de koloniën. Johannes van den Bosch, het hoofd van het bestuur in Nederlands-Indië, kreeg in 1830 de taak om Nederlands-Indië weer winstgevend te maken. Hij voerde het cultuurstelsel in. Dit was een systeem van dwangverbouw voor de bevolking van Nederlands-Indië, voornamelijk op Java.

Javaanse boeren werden door het Nederlandse koloniale bestuur verplicht om een vijfde deel van hun teelt af te staan. De Nederlandsche Handel-Maatschappij (NHM) zorgde voor het vervoer naar Nederland, de veiling van deze producten en de financiering voor het hele traject. In ruil voor de producten kregen de boeren een vergoeding: ook wel ‘plantloon’ genoemd. Maar de NHM verkocht deze producten voor een veel hogere prijs door. De winst van deze oogsten kwam uiteindelijk terecht in de Nederlandse schatkist, terwijl de lokale bevolking werd uitgebuit en de grond werd uitgeput. Ook leidde dit tot corruptie door lokale inheemse regenten.

Het cultuurstelsel heeft tot 1877 grote financiële voordelen voor Nederland opgeleverd. Daarnaast droeg het stelsel ook bij aan de verbetering van de infrastructuur op Java. Voor de afvoer van de producten waren er namelijk wegen, bruggen en havens nodig. De infrastructuur moest wel door de lokale bevolking in gedwongen arbeid worden aangelegd. Als je geen grond had moest je dit soort ‘herendiensten’ leveren.

Vanaf 1870 werd het systeem geleidelijk afgeschaft. Pas in 1891 werd het cultuurstelsel op Java gestopt, terwijl al in 1860 de afschaffing van de slavernij in de westelijke koloniën begon. Het cultuurstelsel wordt ook wel als een andere vorm van slavernij gezien.

Geschiedenislokaal Amsterdam

Invoering Cultuurstelsel

Tijdvak:

Omschrijving

Na de kostbare Java-oorlog (1825-1830), wilde Nederland op een nieuwe manier geld verdienen aan de koloniën. Johannes van den Bosch, het hoofd van het bestuur in Nederlands-Indië, kreeg in 1830 de taak om Nederlands-Indië weer winstgevend te maken. Hij voerde het cultuurstelsel in. Dit was een systeem van dwangverbouw voor de bevolking van Nederlands-Indië, voornamelijk op Java.

Javaanse boeren werden door het Nederlandse koloniale bestuur verplicht om een vijfde deel van hun teelt af te staan. De Nederlandsche Handel-Maatschappij (NHM) zorgde voor het vervoer naar Nederland, de veiling van deze producten en de financiering voor het hele traject. In ruil voor de producten kregen de boeren een vergoeding: ook wel ‘plantloon’ genoemd. Maar de NHM verkocht deze producten voor een veel hogere prijs door. De winst van deze oogsten kwam uiteindelijk terecht in de Nederlandse schatkist, terwijl de lokale bevolking werd uitgebuit en de grond werd uitgeput. Ook leidde dit tot corruptie door lokale inheemse regenten.

Het cultuurstelsel heeft tot 1877 grote financiële voordelen voor Nederland opgeleverd. Daarnaast droeg het stelsel ook bij aan de verbetering van de infrastructuur op Java. Voor de afvoer van de producten waren er namelijk wegen, bruggen en havens nodig. De infrastructuur moest wel door de lokale bevolking in gedwongen arbeid worden aangelegd. Als je geen grond had moest je dit soort ‘herendiensten’ leveren.

Vanaf 1870 werd het systeem geleidelijk afgeschaft. Pas in 1891 werd het cultuurstelsel op Java gestopt, terwijl al in 1860 de afschaffing van de slavernij in de westelijke koloniën begon. Het cultuurstelsel wordt ook wel als een andere vorm van slavernij gezien.