Rembrandt laat zijn huis aan Titus na

Home / Bronnen / Rembrandt laat zijn huis aan Titus na    |    Terug
Rembrandt laat zijn huis aan Titus na
   
   
 
 
 
 
Transcriptie
Den 17 may 1656 heeft rembrant van rhijn schilder bewesen sijnen soone titus out 15 iaer daer moeder af was Saskia van uijlenburch voor sijn moeders erf een huijs ende erf staende ende gelegen op de antonij breestraet vrij sonder eenig belastinge ende dat bij provisie ter tijden ende wijlen hij hem wederom ten tweeden houwelyck soude mogen comen te begeven als wanneer hij den voors[chreven] sijnen soone sijn volle moeders erf sal bewijsen, ende sal ondertusschen de voors[chreven] sijnen soone houden met behouden goede tot sijne iaren toe omme de vruchten van dien, ende tot bevrijdinge van de schulden ende lasten op het voors[chreven] huys geaffecteert, verbonden alle sijne goederen roerende ende onroerende praesente ende toecomende, des sal bij provisie voorts blijven sitten in alle de andere goederen schulden ende onschulden. ende dit op het behagen van de moeders vrunden. P[rese]n[tibus] de heeren hendrick spiegel en Jan van Waveren Wees [meesteren]d[en] 22 Januarij 1658 heeft Jan # vant huijs op gebracht # Den 22 Julij 1665 is de quijtscheldinghe vant voors[chreven] huijs behandight aen Titus van Rhijn als bekomen hebben[de] veniam aetatis, dair op den selven Titus van Rhijn Louis Craijers sijn voocht

Voor Titus

Sinds 1653 zat Rembrandt diep in de schulden. Hij begon daarom maatregelen te nemen om zijn bezittingen veilig te stellen voor zijn schuldeisers. Op 17 mei 1656 zette hij zijn huis aan de Jodenbreestraat – toen nog Sint Antoniesbreestraat – op naam van de vijftienjarige Titus. Volgens zijn verklaring voor de notaris kreeg Titus het huis als zijn aandeel in de erfenis van zijn moeder Saskia.

Failliet

Nog geen twee maanden nadat hij het huis aan Titus had overgedragen, op 10 juli 1656, vroeg Rembrandt een boedelafstand aan. Dat was een soort vrijwillig faillissement. In het jaar dat volgde verkocht de Desolate Boedelkamer, de stedelijke instantie die over de faillissementen ging, zijn bezittingen om met de opbrengst zijn schulden af te lossen.

Toch verhuizen

Begin 1658 was duidelijk dat de verkoop van Rembrandts spullen niet genoeg opleverde om al zijn schuldeisers te betalen. Het huis liep nu toch gevaar. Rembrandt liet nogmaals optekenen dat het huis van Titus was. Hij kreeg daarbij steun van de Weeskamer, die erop moest toezien dat Titus zijn deel van de erfenis van zijn moeder zou krijgen. Maar op 2 februari 1658 werd Rembrandts belangrijkste schuldeisers, Cornelis Witsen, tot burgemeester gekozen. Op zijn aandringen werd het huis toch verkocht. Het bracht ruim 11.000 gulden op, waarmee Rembrandt zijn grootste schuld kon aflossen. Rembrandt verhuisde met zijn gezin naar een huurhuis op de Rozengracht.

Datering: 1656-05-17
Collectie: 5073: Archief van de Weeskamer en Commissie van Liquidatie der Zaken van de Voormalige Weeskamer
Nummer: 801, fol. 4.
Link: https://archief.amsterdam/inventarissen/inventaris/5073.nl.html?p=291:624:625:626:861&t=891#KLAB03298000006
  Onderdeel van thema's

Geschiedenislokaal Amsterdam

Rembrandt laat zijn huis aan Titus na

Tijdvak: De tijd van regenten en vorsten (1600-1700)


Omschrijving

Voor Titus

Sinds 1653 zat Rembrandt diep in de schulden. Hij begon daarom maatregelen te nemen om zijn bezittingen veilig te stellen voor zijn schuldeisers. Op 17 mei 1656 zette hij zijn huis aan de Jodenbreestraat – toen nog Sint Antoniesbreestraat – op naam van de vijftienjarige Titus. Volgens zijn verklaring voor de notaris kreeg Titus het huis als zijn aandeel in de erfenis van zijn moeder Saskia.

Failliet

Nog geen twee maanden nadat hij het huis aan Titus had overgedragen, op 10 juli 1656, vroeg Rembrandt een boedelafstand aan. Dat was een soort vrijwillig faillissement. In het jaar dat volgde verkocht de Desolate Boedelkamer, de stedelijke instantie die over de faillissementen ging, zijn bezittingen om met de opbrengst zijn schulden af te lossen.

Toch verhuizen

Begin 1658 was duidelijk dat de verkoop van Rembrandts spullen niet genoeg opleverde om al zijn schuldeisers te betalen. Het huis liep nu toch gevaar. Rembrandt liet nogmaals optekenen dat het huis van Titus was. Hij kreeg daarbij steun van de Weeskamer, die erop moest toezien dat Titus zijn deel van de erfenis van zijn moeder zou krijgen. Maar op 2 februari 1658 werd Rembrandts belangrijkste schuldeisers, Cornelis Witsen, tot burgemeester gekozen. Op zijn aandringen werd het huis toch verkocht. Het bracht ruim 11.000 gulden op, waarmee Rembrandt zijn grootste schuld kon aflossen. Rembrandt verhuisde met zijn gezin naar een huurhuis op de Rozengracht.

Datering: 1656-05-17
Collectie: 5073: Archief van de Weeskamer en Commissie van Liquidatie der Zaken van de Voormalige Weeskamer
Nummer: 801, fol. 4.
Link: https://archief.amsterdam/inventarissen/inventaris/5073.nl.html?p=291:624:625:626:861&t=891#KLAB03298000006