Schouwburg

Home / Bronnen / Schouwburg    |    Terug

De Schouwburg was het eerste openbare, gevestigde theater van Nederland. Het gebouw werd in 1637 voltooid. Jacob van Campen ontwierp deze schouwburg nadat de Nederduitse Academie, een school waarin ook voorstellingen plaatsvonden, was afgebrand. Op de prent is te zien dat de Schouwburg had een vast decor dat een paleis verbeelde, een locatie die in veel toneelstukken voorkwam. De tweede prent laat zien dat de rest van de zaal bestond uit de bak, logies en richel. De bak was de vloer waarop zowel zit- als staplaatsen te koop waren, deze plekken waren bestemd voor de middenstand. De elite van Amsterdam zat in een loge, een privéruimte. De goedkoopste plaatsten waren op de richel bovenin de zaal. Hier komt ook het gezegde “tuig van de richel” vandaan.

Naar de Schouwburg gaan was een sociale gelegenheid. Het publiek kwam niet alleen om het toneelstuk te zien maar ook om met elkaar te praten. De zaal was dan ook zeker niet stil. Naast het onderlinge praten werd er ook volop gejoeld over het toneelstuk. Bij emotionele, gewelddadige en andere indrukwekkende scènes kwam een luide reactie van het publiek. Op een avond waren vaak twee toneelstukken te zien. Eerst was het belangrijkste toneelstuk. Dit was vaak een langere tragedie of tragikomedie. Dit waren toneelstukken met serieuze thema’s zoals wraak of eer, deze toneelstukken konden respectievelijk een slecht of goed einde hebben. Na dit grote, soms slecht eindigende toneelstuk werd een korte klucht (ook wel komedie genoemd) opgevoerd. Deze kluchten waren meestal grappige toneelstukken over mensen die op het platteland woonde. Gescheld, vermommingen en seks kwamen veelvuldig voor in deze kluchten.

Het bestuur van de Schouwburg was in de handen van de schouwburghoofden. Zij bepaalden welke toneelstukken er opgevoerd mochten worden en namen de acteurs in dienst. Deze schouwburghoofden werden aangesteld door de regenten van het oudemannenhuis en het burgerweeshuis. Zij betaalden de bouw van de Schouwburg. Deze regenten waren daardoor baas van het gebouw en alle financiën van de Schouwburg. Alle opbrengsten van de voorstellingen gingen dan ook naar deze twee instellingen

 

Datering: 1637
Collectie: Collectie Tekeningen en Prenten
Nummer: 010097003354
Link: https://archief.amsterdam/beeldbank/detail/a9dbacb4-0990-9ff3-0a37-99c2bab27a8b
  Onderdeel van thema's

Geschiedenislokaal Amsterdam

Schouwburg

Tijdvak: Tijd van regenten en vorsten (1600-1700)


Omschrijving

De Schouwburg was het eerste openbare, gevestigde theater van Nederland. Het gebouw werd in 1637 voltooid. Jacob van Campen ontwierp deze schouwburg nadat de Nederduitse Academie, een school waarin ook voorstellingen plaatsvonden, was afgebrand. Op de prent is te zien dat de Schouwburg had een vast decor dat een paleis verbeelde, een locatie die in veel toneelstukken voorkwam. De tweede prent laat zien dat de rest van de zaal bestond uit de bak, logies en richel. De bak was de vloer waarop zowel zit- als staplaatsen te koop waren, deze plekken waren bestemd voor de middenstand. De elite van Amsterdam zat in een loge, een privéruimte. De goedkoopste plaatsten waren op de richel bovenin de zaal. Hier komt ook het gezegde “tuig van de richel” vandaan.

Naar de Schouwburg gaan was een sociale gelegenheid. Het publiek kwam niet alleen om het toneelstuk te zien maar ook om met elkaar te praten. De zaal was dan ook zeker niet stil. Naast het onderlinge praten werd er ook volop gejoeld over het toneelstuk. Bij emotionele, gewelddadige en andere indrukwekkende scènes kwam een luide reactie van het publiek. Op een avond waren vaak twee toneelstukken te zien. Eerst was het belangrijkste toneelstuk. Dit was vaak een langere tragedie of tragikomedie. Dit waren toneelstukken met serieuze thema’s zoals wraak of eer, deze toneelstukken konden respectievelijk een slecht of goed einde hebben. Na dit grote, soms slecht eindigende toneelstuk werd een korte klucht (ook wel komedie genoemd) opgevoerd. Deze kluchten waren meestal grappige toneelstukken over mensen die op het platteland woonde. Gescheld, vermommingen en seks kwamen veelvuldig voor in deze kluchten.

Het bestuur van de Schouwburg was in de handen van de schouwburghoofden. Zij bepaalden welke toneelstukken er opgevoerd mochten worden en namen de acteurs in dienst. Deze schouwburghoofden werden aangesteld door de regenten van het oudemannenhuis en het burgerweeshuis. Zij betaalden de bouw van de Schouwburg. Deze regenten waren daardoor baas van het gebouw en alle financiën van de Schouwburg. Alle opbrengsten van de voorstellingen gingen dan ook naar deze twee instellingen

 

Datering: 1637
Collectie: Collectie Tekeningen en Prenten
Nummer: 010097003354
Link: https://archief.amsterdam/beeldbank/detail/a9dbacb4-0990-9ff3-0a37-99c2bab27a8b

Trefwoorden

Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden
cultuur
vrije tijd
architectuur