Testament van Titus

Home / Bronnen / Testament van Titus    |    Terug
Testament van Titus
   
   
 
 
 
 
Transcriptie
In den Name Godes Amen. Inden Jare van de geboorte desselffs onses Heren ende Salichmakers Jesu Christi 1655 opden 24en Novembris des avonts de clocke omt[ren]t acht uyren com­p[areerde] voor mij Jan Molengraeff openb[aer] not[ari]s bij den Hove van hollandt geadmitteert tot Amst[erdam] resideren[de] mitsg[aders] de on[der]genoemde get[uijgen] d'Eers[ame] Titus van Rhyn Rembrants sone Jongman out meer als 14 Jaren mij notario en[de] get[uijgen] wel bekent, gesont van lichaem oordeel en[de] v[er]stant, dewelcke overdencken[de] de brosheijt des menschen leven, datter niet seekerder is als de doot en[de] niets onseekerder dan de tijt en[de] uijre van dien, goetgevonden heeft van sijne tijdelijcke middelen bij uijtterste wille te disponeren beveelt alvoorens sijne siele God almachtich en[de] sijn lichaem de christel[ijcke] begraeffenisse, heeft voorts uijt vrijen en[de] onbedwongen wille, van sich selffs en[de] sonder persuasie van ijemant in alle sijne nae te laten goederen soo die hij van sijn moeder sa[liger] als andere soude mogen geerft hebben off noch soude mogen comen te erven, als mede die hij in tijden ende wijlen soude mogen comen te conquesteren, ende general[ijck] alle degene die hij te enigen tijden metter doot soude mogen comen te ontruijmen en[de] naer te laten egene uijtgesondert tot sijne enige en[de] universele erffge[name] genomineert en[de] geinstitueert gel[ijck] hij nomineert en[de] institueert mits desen sijn Vader, Rembrant van Rhijn, niet willende hij Testateur dat eenige van sijne naer te laten goederen sullen comen off succederen op ijemand van sijne vrunden van 's moeders sijde buijten willen van sijn voorn[oemde], vader, doch dit alleen in cas hij Testateur sonder kint off kinderen off wettige descendenten deser werelt soude comen te overlijden, en welcken gevalle hij deselve tot sijne erffg[enamen] is institueren[de] Excluderen[de] in gevalle van kinderen de Weescamer deser stede. Alle t welcke voors[chreven] staet v[er]claerde hij Testateur te wesen sijn Testateurs laeste en[de] uijtterste wille begerende dat tselve punctuel[ijck] sal naergecomen en[de] achtervolght werden, tsij als Testament codicille, gifte ter sake des doots off andersints soo als het best bestaen mach alwaert dat alle solemniteij ten naer rechten gerequireert daerinne niet geabsenteert Aldus gedaen en[de] gepasseert In Amsterdam[m]e ter presentie van E[dele] Mr. Paulus de Linge, Ad[vocaat] en[de] Abraham Fransz Apothecaris, als get[uijgen]­ hier over gestaen en[de] special[ijck] v[er]socht. Titus van Rijn Paulus de Ligne Abraham Francen Quod attestor J. Molengraeff Not[ari]s Pub[lijck]

Uit vrije wil

Titus was veertien jaar in november 1655. Hij woonde in de Jodenbreestraat met zijn vader, Hendrickje Stoffels en zijn halfzusje Cornelia, die net een jaar oud was. Het gezin ging gebukt onder Rembrandts schulden. De schilder nam daarom maatregelen om zijn financiële middelen te beschermen. Hij stuurde zijn zoon op 24 november naar notaris Jan Molengraeff om zijn testament op te maken. Daar verklaarde de jonge Titus dat het helemaal zijn eigen idee was geweest en dat hij uit vrije wil gekomen was, zonder dat iemand hem daartoe had overgehaald.

Enige erfgenaam

Titus had in 1642 alles geërfd wat zijn moeder Saskia bezat. Rembrandt beheerde dat vermogen voor hem. Saskia’s familieleden waren erg wantrouwig over de manier waarop Rembrandt omsprong met de nalatenschap van zijn vrouw. In 1647 eisten zij dat de schilder daarover verantwoording aflegde. Rembrandt stelde toen een lijst op van wat Saskia en hij hadden gehad toen zij overleed. Hij schatte hun gezamenlijke vermogen op ruim 40.000 gulden. Titus had recht op Saskia’s deel daarvan, dus op 20.000 gulden. Rembrandt wilde dat kapitaal graag in handen houden. Daarom benoemde Titus Rembrandt als zijn enige erfgenaam, wanneer hij zonder kinderen zou komen te overlijden. De familie van Saskia kreeg niets.

Drie testamenten

Titus liet in de jaren 1655-1657 drie verschillende testamenten opmaken om ervoor te zorgen dat Rembrandt over Saskia’s geld zou kunnen blijven beschikken.

Datering: 1655-11-24
Collectie: 5075: Archief van de Notarissen ter Standplaats Amsterdam
Nummer: 103: Johannes Crossen, 2440.
Link: https://archief.amsterdam/inventarissen/inventaris/5075.nl.html#KLAD02073000002
  Onderdeel van thema's

Geschiedenislokaal Amsterdam

Testament van Titus

Tijdvak: De tijd van regenten en vorsten (1600-1700)


Omschrijving

Uit vrije wil

Titus was veertien jaar in november 1655. Hij woonde in de Jodenbreestraat met zijn vader, Hendrickje Stoffels en zijn halfzusje Cornelia, die net een jaar oud was. Het gezin ging gebukt onder Rembrandts schulden. De schilder nam daarom maatregelen om zijn financiële middelen te beschermen. Hij stuurde zijn zoon op 24 november naar notaris Jan Molengraeff om zijn testament op te maken. Daar verklaarde de jonge Titus dat het helemaal zijn eigen idee was geweest en dat hij uit vrije wil gekomen was, zonder dat iemand hem daartoe had overgehaald.

Enige erfgenaam

Titus had in 1642 alles geërfd wat zijn moeder Saskia bezat. Rembrandt beheerde dat vermogen voor hem. Saskia’s familieleden waren erg wantrouwig over de manier waarop Rembrandt omsprong met de nalatenschap van zijn vrouw. In 1647 eisten zij dat de schilder daarover verantwoording aflegde. Rembrandt stelde toen een lijst op van wat Saskia en hij hadden gehad toen zij overleed. Hij schatte hun gezamenlijke vermogen op ruim 40.000 gulden. Titus had recht op Saskia’s deel daarvan, dus op 20.000 gulden. Rembrandt wilde dat kapitaal graag in handen houden. Daarom benoemde Titus Rembrandt als zijn enige erfgenaam, wanneer hij zonder kinderen zou komen te overlijden. De familie van Saskia kreeg niets.

Drie testamenten

Titus liet in de jaren 1655-1657 drie verschillende testamenten opmaken om ervoor te zorgen dat Rembrandt over Saskia’s geld zou kunnen blijven beschikken.

Datering: 1655-11-24
Collectie: 5075: Archief van de Notarissen ter Standplaats Amsterdam
Nummer: 103: Johannes Crossen, 2440.
Link: https://archief.amsterdam/inventarissen/inventaris/5075.nl.html#KLAD02073000002