Tot redding van planters

Home / Bronnen / Tot redding van planters    |    Terug
Tot redding van planters
   
   
 
 
 
 
 
Transcriptie
Project conditien onder welke aan de Plan- ters in de Colonie van Suriname door verschrey- dene geassocieerde particulieren, onder directie van den weledel gestelde heer Willem, burgen- meester den Stad Am- sterdam, met goedkeur- inge van de weledele grootachtbare heeren Regeerende Burgen- meesteren van boven- genoemde stad, een som van een millioen of 1000 gulden werd aange- boden, tot herstellinge van 't geknackt crediet; op conditien hier na te slaegen.

Kolonisten hadden kapitaal nodig. Om hen hiervan te voorzien werden in de loop van de achttiende eeuw verschillende negotiatiefondsen opgericht. Een negotiatiefonds was een soort beleggingsfonds. Investeerders kochten obligaties van 1000 gulden, waarover zij 5 à 6% rente ontvingen. Dit hoge percentage trok veel geldschieters, waardoor er een grote pot geld ontstond waaruit planters konden lenen, met hun plantage als onderpand. Geld lenen ging makkelijk, maar niet iedereen die geld leende had even veel talent voor ondernemen, wat leidde tot veel faillissementen en leningen die nooit werden terugbetaald. Beleggers zagen hun geld dan ook niet meer terug. Voor de directeur van het negotiatiefonds was er wel altijd sprake van succes: hij verdiende altijd 2% commissie en mocht een boete opleggen wanneer een planter wilde overstappen naar een andere negotiatie.

In deze bron, een conceptcontract van het negotiatiefonds van de Amsterdamse burgemeester Willem Gideon Deutz, staan de veertien voorwaarden beschreven van zijn negotiatiefonds.

Datering: 1753
Collectie: 231: Archief van de Eigenaren van het Huis Marquette, de Heerlijkheid Assendelft en het Huis Assumburg en Aanverwante Families, en van de Familie Van Limburg Stirum
Nummer: SUR100123000001
Link: https://archief.amsterdam/inventarissen/inventaris/231.nl.html#SUR100123000001
  Onderdeel van thema's

Geschiedenislokaal Amsterdam

Tot redding van planters

Tijdvak:


Omschrijving

Kolonisten hadden kapitaal nodig. Om hen hiervan te voorzien werden in de loop van de achttiende eeuw verschillende negotiatiefondsen opgericht. Een negotiatiefonds was een soort beleggingsfonds. Investeerders kochten obligaties van 1000 gulden, waarover zij 5 à 6% rente ontvingen. Dit hoge percentage trok veel geldschieters, waardoor er een grote pot geld ontstond waaruit planters konden lenen, met hun plantage als onderpand. Geld lenen ging makkelijk, maar niet iedereen die geld leende had even veel talent voor ondernemen, wat leidde tot veel faillissementen en leningen die nooit werden terugbetaald. Beleggers zagen hun geld dan ook niet meer terug. Voor de directeur van het negotiatiefonds was er wel altijd sprake van succes: hij verdiende altijd 2% commissie en mocht een boete opleggen wanneer een planter wilde overstappen naar een andere negotiatie.

In deze bron, een conceptcontract van het negotiatiefonds van de Amsterdamse burgemeester Willem Gideon Deutz, staan de veertien voorwaarden beschreven van zijn negotiatiefonds.

Datering: 1753
Collectie: 231: Archief van de Eigenaren van het Huis Marquette, de Heerlijkheid Assendelft en het Huis Assumburg en Aanverwante Families, en van de Familie Van Limburg Stirum
Nummer: SUR100123000001
Link: https://archief.amsterdam/inventarissen/inventaris/231.nl.html#SUR100123000001

Trefwoorden

Plantage
Handel
Slavenhouder