Tweede testament Saskia |
   
   
 
 
 
 
   
Transcription
mits dat de v[oor]s[chreven] Hiskia van uijlenburch in sodanigen cas daer van uijtkeren sal aen[de] E[dele]. Ulricus van Uijlenburch, advocaet voorden Hove van Vrieslant haer Testatri ces broeder, ende aen[den] E[dele] Idsert van uijlenburch Capiteijn luijtenant van des Colonel Aloës Compagnie, mede hare broeder, elx de somme van duijsent gul[dens] ende aen de kinderen van Jelletge van Uijlenburch hare suster te samen gelijcke duijsent guldens. Sonder dat nochtans de v[oor]s[chreven] Rembrant van Rhijn haer testatrices man v[er]bonden sal sijn aen iemant ter werelt te leveren enige Staet ofte inventaris vande v[oor]s[chreven] goederen, off oock gehouden wesen in enige falcidie, off dienaengaen[de] enige cautie te stellen, alle twelck sij Testatrice den v[oor]s[chreven] hare man expressel[ijck] remitteert bij desen, als v[er]trouwen dat de v[oor]s[chreven] hare man sijne Conscientie dienaengaen[de] seer wel sal quijten. Entel[ijck] ordonneerde sij Testatrice dat gene van haer naer te latene goederen tot enigen tijde bewesen ofte aengegeven sullen werden op enige Weesscamer, maer dat alle de selve ten regarde van haer Testatrices onmon dige erffgenaem ofte erffgenamen gere geert en[de] geadministreert sullen werden

Sterfbed

Terwijl Rembrandt de laatste hand aan de ‘Nachtwacht’ legde, werd Saskia ziek. Ze had tuberculose. Op 5 juni 1642 liet zij notaris Pieter Barcman komen om haar testament op te maken. Op haar sterfbed bepaalde Saskia dat ze haar eigendommen naliet aan haar kinderen. Ze had toen één levende zoon, Titus. Die was acht maanden oud. Rembrandt kreeg het volledige beheer over de bezittingen. Hij mocht ermee doen wat hij wilde, als hij maar goed voor het kind zou zorgen.

Vertrouwen

Ook uit andere bepaling van het testament blijkt dat Saskia haar man volledig vertrouwde. Terwijl er volgens de wet twee voogden hoorden te zijn, benoemde Saskia alleen Rembrandt als voogd over Titus. De Weeskamer, die waakte over de erfenis van wezen, zette zij buitenspel. Rembrandt hoefde ook geen officiële lijst op te stellen van haar bezittingen.

De helft

Saskia kwam uit een vrij welgestelde familie. Van haar vader, die burgemeester van Leeuwarden was geweest, had zij wat geld geërfd. Als Rembrandt hertrouwde, of als hij stierf, hadden hij en zijn nazaten nog recht op de helft daarvan. De andere helft ging dan weer naar de familie van Saskia.

Veilig

In 1635 hadden Rembrandt en Saskia nog samen een testament laten opmaken, waarin zij elkaar als erfgenaam aanwezen. Nu erfde Rembrandt niets, maar kon hij wel over alles beschikken. Een slimme zet: zo konden Rembrandts schuldeisers niet bij de erfenis van Saskia komen. Saskia overleed op 14 juni 1642.

Datering: 1642-06-05
Collectie: 5075: Archief van de Notarissen ter Standplaats Amsterdam
Nummer: 53: Mr. Pieter Barcman, 1265A, p. 50.
Link: https://archief.amsterdam/inventarissen/inventaris/5075.nl.html#A32513000003
  Gerelateerde bronnen

Geschiedenislokaal Amsterdam


Omschrijving

Datering: 1642-06-05
Collectie: 5075: Archief van de Notarissen ter Standplaats Amsterdam
Nummer: 53: Mr. Pieter Barcman, 1265A, p. 50.
Link: https://archief.amsterdam/inventarissen/inventaris/5075.nl.html#A32513000003