Vrije Caatje

Home / Bronnen / Vrije Caatje    |    Terug
Vrije Caatje
   
   
 
 
 
 
 
Transcriptie
Aan den edelen Achtbaren Hove van Justi tie der Revier en onderhorige Districten van Demerary Geeft ootmoedig te kennen de vrij Negerin Caatje, tans zig ophoudend op de Plantagie van vrouwe A.W. Bertho, wed. van heere Lott Dat zij supliante is geboren in Suriname en als slavin is geweest bij de heer Bok, dat de huiysvrouw van heer Bok na overleij- den van haar man zig met ter woon heeft begeeven na Amsterdam, meede menemde haar supliante, dewelke na eenige teyd aldaar gewoond te hebben, van dezelve weduwe de Bok heeft verkregen brieven van vrijdom, dewelke op verzoek van dezelve juffrouw door de edel- le groot achtbare regering der Stad Amster- dam goed gunstig zijn verleend, en aan haar supliante ter hand gesteld.

Na jaren van trouwe dienst kreeg de Surinaamse Caatje een vrijbrief van haar meesteres in Amsterdam. Nadat Caatje gedoopt was en enige tijd in Amsterdam had gewerkt als huishoudster vertrok zij met dominee Du Pasquier naar zijn plantage in Demerary. Op een dag stal Du Pasquier haar vrijbrief. Hij stelde dit te doen om te voorkomen dat iemand haar kwaad zou doen haar brief te stelen. Du Pasquier bleek zelf echter een verborgen agenda te hebben. Door Caatje’s vrijbrief te stelen kon hij haar en haar kinderen als zijn eigendom opgeven voor een taxatie van zijn plantage, die dan in waarde steeg.

Caatje liet een verzoek naar Amsterdam sturen om een bewijs van haar vrijheid te krijgen. Dit verzoek werd ingewilligd, omdat Caatje meer dan een jaar en zes weken in Nederland had gewoond en een onvrije dan volgens de wet een vrije werd.

Datering: 1778
Collectie: 5026: Archief van de Burgemeesters; missiven aan burgemeesters
Nummer: A04088000004
Link: https://archief.amsterdam/inventarissen/inventaris/5026.nl.html#A04088000004
  Onderdeel van thema's

Geschiedenislokaal Amsterdam

Vrije Caatje

Tijdvak:


Omschrijving

Na jaren van trouwe dienst kreeg de Surinaamse Caatje een vrijbrief van haar meesteres in Amsterdam. Nadat Caatje gedoopt was en enige tijd in Amsterdam had gewerkt als huishoudster vertrok zij met dominee Du Pasquier naar zijn plantage in Demerary. Op een dag stal Du Pasquier haar vrijbrief. Hij stelde dit te doen om te voorkomen dat iemand haar kwaad zou doen haar brief te stelen. Du Pasquier bleek zelf echter een verborgen agenda te hebben. Door Caatje’s vrijbrief te stelen kon hij haar en haar kinderen als zijn eigendom opgeven voor een taxatie van zijn plantage, die dan in waarde steeg.

Caatje liet een verzoek naar Amsterdam sturen om een bewijs van haar vrijheid te krijgen. Dit verzoek werd ingewilligd, omdat Caatje meer dan een jaar en zes weken in Nederland had gewoond en een onvrije dan volgens de wet een vrije werd.

Datering: 1778
Collectie: 5026: Archief van de Burgemeesters; missiven aan burgemeesters
Nummer: A04088000004
Link: https://archief.amsterdam/inventarissen/inventaris/5026.nl.html#A04088000004